Skip to content

Kutgitaar #2.1: Lisa Weeda

april 17, 2014

Mijn vel, haar adem, cheesecake

‘Nee, niet zo,’ zegt ze. Haar hand die mijn kin tussen de vingers neemt. Voorhoofd tegen wenkbrauwen. Lippen op mijn lippen naar mijn lippen. Ik draai mijn wijsvinger rond haar kruin.Voelen en wachten en voelen. Wachten om te voelen. Twee vingers over mijn onderste ribben, de ruimte boven mijn navel. Het lijkt oneindig. Oneindig lang te duren. Ze tilt haar vingers over mijn huid. Ik luister naar mijn vel en haar adem. Het is stil. Bijna niet te horen, dit bedrijven van de liefde.

‘Ben je geconcentreerd,’ vraag ik.

‘Ben je bang,’ vraagt ze.

Nee. Ik heb mijn lakens voor je gewassen. Het tapijt gestofzuigd, mijn bureau afgenomen, boeken rechtgezet, lijstjes opgehangen, het stopcontact vastgeschroefd. Naar buiten gekeken. Wel een halve dag naar buiten gekeken. Door de stad gelopen. Grachten langs, binnenkijkend bij elke koffiezaak, minuten wachtend voor elk terras. De jongen is nergens meer te bekennen, alsof ik heb gedroomd van hem. Alsof ik geen geld betaald heb, niet gebeld, niet gesproken. Die rauwe stem, die past bij die quasi-rommelig geschoren baard en goed geknipte haren, licht opgeschoren in zijn nek. Dat horloge. Grof ijzer om zijn pols. Het kaartje kan ik niet boven mijn bed hangen, niet naast mijn bureau, op het prikbord. In het vakje, dat aan de binnenzijde van de achterflap van mijn agenda bevestigd is, bewaar ik het. Een herinnering die bedacht lijkt te zijn. Zij verzinnen het.

Hij zat daar, drie dagen na die ontmoeting in de kroeg. Een krant, opengeslagen op zijn schoot, zijn been over het andere geslagen. Een shirt met een opdruk van een aap. Niet kinderachtig, die aap. Gewoon een shirt. Gewoon een jongen. Nee. Dit is zo’n jongen, die geen ruitjesoverhemden draagt. Nette schoenen, donkerblauw en een broek met smalle pijpen aan de onderzijde. Hij rookte nog net geen sigaar. Ik pakte een pagina beet en wapperde er mee op en neer. ‘Ik ben er,’ zei ik. Ik had honderd dingen kunnen zeggen, maar ik zei dat. Dit heb ik niet bedacht. Vanuit de kroeg, waar hij mij aansprak wilde hij niet achter mij aan naar een pinautomaat lopen. ‘Ze is geen hoertje,’ zei hij. ‘Ik bewaak haar status.’

Ik ben opgepikt. Zonder mee naar huis te gaan. Wat een jongen doet met een meisje is wat een meisje met een jongen doet tot er een meisje of een jongen tussendoor komt. Iemand die de dingen verandert. De stenen op een ander spelbord zet. Hij vroeg wat ik dronk.

‘Koffie,’ zei ik.

‘Er is zo veel keus,’ antwoordde hij. ‘Wil je gewoon, zwart. Americano noemen ze dat. Of wil je iets met caramel of met schuim, soja?’ Hij pakte zijn portemonnee van de houten tafel. De krant viel op de grond.

‘Ik wil gewoon. Capuccino,’ zei ik.

Op de plek die hij verlaten had, zette ik mij neer, raapte de krant op en keek naar zijn tas, die onder het papier had gelegen. Blauw met oranje. Vlekken langs de banden en aan de onderkant. Ik keek naar hem, verderop over de glazen toonbank buigend.

‘Wil je taart,’ riep hij. ‘Er is veel keus.’

‘Cheesecake,’ zei ik.

Hij groette het meisje achter de kassa en wees naar een lange zwarte schaal waar witte taartpunten op stonden. Wees, met dat horloge om die pols en bewoog diezelfde pols om een hand door zijn haar te halen. Ogen gesloten, even met zijn hoofd heen en weer. Heen en weer, zoals vrouwen in films dat doen, wanneer ze in een zwembad met het hoofd boven water komen. Het leer van de bank was warm. Hoe lang had hij hier al gezeten? Met twee koppen en een schotel cheesecake kwam hij terug, zette het servies op de tafel en ging op de fauteuil tegenover mij zitten.

‘Wanneer kan je?’ vroeg hij.

‘Morgen,’ zei ik. ‘Maar, overmorgen kan ook. Of zaterdag.’

‘Je zegt het maar.’ Zijn twee handen om zijn kop geslagen, blazend in de koffie, lachte hij. Glimlachte. ‘Het is jouw geld, onze dienst. Jij kiest.’

Er waren zoveel keuzes daar.

‘We maken iets mogelijk, iets eenmaligs,’ zei hij. ‘Dan moet het ook wel zo aandoen.’

Ze trekt de lakens weg. Over haar rug, voorbij haar billen, weg van mijn knieën. Als ik niet al naakt was is dit het wel. Nergens te vinden, was hij. Geen straat, geen fietsenstalling, niet op het overvolle station tijdens spitsuur.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: