Skip to content

Kutgitaar #2.1: Ilse Schaminée

april 12, 2014

The ugly one

Mijn ouders hadden eens een vriend. Of meer een kennis. Ze noemden hem the ugly one.
Mijn vader kende hem uit de kroeg. Café Goffertzicht, van voor de tijd dat de tent verpauperde tot hooligan stamkroeg. In de tijd dat er nog schrijvers kwamen, filosofen en types als the ugly one.
The ugly one was evenals mijn vader, onderdeel van het zaalvoetbalteam van café Goffertzicht.

Na een van de avonden zoals zovelen, ergens in het holst van de nacht, de lege flessen op tafel en een krant die laf door de bus viel, had mijn opa met zijn vuist op tafel geslagen en zichzelf tot coach van zaalvoetbalteam Goffertzicht benoemd. Een team dat nog niet bestond.
Mijn vader, zittend aan diezelfde tafel, werd benoemd tot aanvoerder. Meest waarschijnlijk omdat hij het met de dochter van mijn opa deed. Maar misschien ook omdat hij vaak sprak over zijn voetbalverleden bij de Nijmegen Eendracht Combinatie, waar hij door hartfalen nipt was afgekeurd voor de selectie.
Het verhaal gaat dat mijn opa die ochtend van blijdschap op de tonen van “al mot ik kruupe” kruipend het café heeft verlaten. Aangemoedigd door een deel van de kersverse selectie van het elftal “Goffertzicht”.

Later, toen een deel van de stamgasten het voorval van “de nacht van het elftal” alweer vergeten was, kwam mijn opa aanzetten met tenues. Rode shirts met in witte letters “Goffertzicht” op de voorkant. Voor mijn vader zat er een rood-wit-blauwe aanvoerdersband bij.
Uiteraard werd er vanaf die dag getraind op de Goffertweide. Aadje die eens een handtastelijke man van de barkruk had geslagen en daarmee het respect van de kroeggangers won, stond op doel. In het veld renden de mannen waaronder mijn vader en the ugly one onder luid gefluit en wilde gebaren van mijn opa, achter de bal aan. De trainingen eindigden steevast in Goffertzicht waar de tactieken tot diep in de nacht doorgesproken werden.

Niet lang daarna kopte de plaatselijke krant “vriendenelftal probeert zaalvoetbal, en direct kampioen”. De beker, die even hoog was als mijn broer destijds, prijkte in de prijzenkast boven de bar van Goffertzicht. Barman Ed, die het elftal financieel gesponsord had, wees er trots naar terwijl hij zijn gasten een borrel inschonk.
De avond van de overwinning eindigde diep in de ochtend. Wat overbleef waren de lege pullen op de stamtafel en een asbak vol uitgedrukte peuken van mijn opa.

Soms werd er bij ons thuis nog gesproken over de overwinning. Mijn vader vertelde over zijn een-tweetje met the ugly one dat tot de winnende goal geleid had.
In het hoofd van mij en mijn broer had het uiterlijk van the ugly one bizarre vormen aangenomen. Wilde haren, een tandeloze mond, vuile handen en een pokdalige kop.
We spraken over hem onder de dekens waarbij we de onderkant van ons hoofd met een zaklamp verlichtten. De u van ‘ugly’ lieten we dan extra lang klinken op een voor ons spookachtige manier.

De dag dat the ugly one bij ons aanbelde staat mij nog helder voor de geest. Het was op een ochtend in het weekend, jaren na de gewonnen bekerfinale van het elftal. Ik weet niet wat hij kwam doen. Ik weet alleen dat ik de gang stond en dat mijn vader opendeed en daarna de deur op een kier liet staan. Ik vroeg hem wie er voor de deur stond, hij fluisterde: “The ugly one”.
Mijn hart sloeg over. Ik schreeuwde direct naar boven tegen mijn broer: “The ugly one staat voor de deur!” Waarop mijn moeder siste naar mij. Ik holde de trap op waar mijn broer op zijn kamer al met zijn neus tegen het raam geplakt zat. We zagen hoe mijn vader iets overhandigde aan een man met heel veel oranje krullen en daarna hoorde we beneden de deur dichtvallen. Even bleef de man staan en hief zijn hoofd omhoog, naar ons. Ik en mijn broer doken weg, onder de dekens. Eigenlijk hebben we hem niet gezien. Niet goed. Maar ik weet nog wel dat ik onder de dekens tegen mijn broer fluisterde dat hij helemaal niet zo lelijk was, waarop mijn broer sprak over vermomming.

Op de foto aan de wand van het toilet staat het Elftal Goffertzicht. De beker in het midden vooraan op de grond. Mijn opa kijkt heel serieus. Naast hem een lachende jongeman met een wilde bos oranje krullen.
Het bowlingteam dat mijn opa daarna oprichtte werd geen succes. Misschien omdat mijn vader niet meedeed, net als the ugly one. Bowlen is ook geen voetbal. Het miste de magie. En dan daarbij:ß het moment was weg.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: