Skip to content

Kutgitaar #3: Willem Claassen

mei 25, 2012

Vriend

Het was niet zozeer dat ik vrienden met hem wilde worden omdat hij aardig was. Hij was vooral interessant, denk ik. Of beter gezegd: ik vond hem interessant.
Het was in groep zes van de basisschool. Hij was nieuw in de klas en meteen populair. Ik weet niet wat het is, maar die heb je er bij. Altijd stonden er kinderen om hem heen. Hij was een leiderstype. Hij bepaalde wat leuk was en wat niet, en scheen daar ogenschijnlijk weinig moeite voor hoeven te doen. Hoe minder hij zei, hoe meer gewicht zijn woorden kregen.
Net als velen probeerde ik in zijn gunst te komen. Ik maakte grapjes, speelde de malloot, vaak ten koste van mezelf, in de hoop dat hij er om zou lachen. Ik wilde dat hij me als een gelijke zag, als een vriend. Maar hoe meer ik mijn best deed, hoe verder ik van mijn doel afdreef. Ik zag het gebeuren, hoe hij kort grinnikte om mijn grappen, schamper bijna, alsof de manier waarop ik het deed de grap was, en dan zichtbaar verveeld over iets anders begon. Ik kon er weinig aan doen. Ik had geen alternatieven. Het was de malloot of het was niets, zwijgen, onzichtbaar zijn.
Ik greep in. Een soort van laatste, wanhopige poging. We stonden in de gang voor het handvaardigheidslokaal. We moesten wachten tot de deur openging. Ik weet niet waarom we daar stonden te wachten, we hadden nog buiten kunnen spelen, maar we stonden daar. Er waren twee andere jongens bij en uit het niets sprak ik hem aan.
‘Zullen we vrienden worden?’
Hij keek me aan. Het was even stil. De jongens keken naar mij, toen naar hem en toen weer naar mij. Ik had vrolijk geklonken, alsof er een grap ging komen, maar ik meende het. En dat moest toch te horen zijn geweest. Of misschien te zien, een vragend gezicht verraadt veel.
Hij grijnsde. Ik weet niet of het echt onvriendelijk was. Op dat moment kwam het niet zo op me over, maar achteraf zou je dat lachje best als behoorlijk gemeen kunnen beschouwen.
‘Vrienden?’ vroeg hij.
Ik knikte en wachtte af. Hoe kwetsbaar kun je jezelf opstellen?
‘Dat kost een tientje,’ zei hij.
Hij keek naar de andere jongens, glimlachend, toen weer naar mij.
‘Dat is goed,’ zei ik. ‘Ik zorg ervoor.’
Ik liep weg. Ik kon daar niet langer blijven staan. Mijn vraag had me uitgeput. De rest van de dag bleef ik uit zijn buurt en probeerde aan andere dingen te denken. Maar ik was er nog altijd van overtuigd dat het goed zou komen, dat we misschien wel beste vrienden zouden worden.
De volgende dag had ik het tientje – zakgeld van zoveel weken helpen op de boerderij – los in mijn broekzak zitten. Tijdens de les controleerde ik om de paar minuten of het er nog zat. De bel ging voor het speelkwartier. Op het schoolplein leunde hij tegen een muur aan. Er stonden twee meisjes en een jongen bij hem. Ik stond een eind verderop bij de zandbak en draaide mijn rug naar hem toe. Ik viste het briefje van tien uit mijn broekzak en keek nog een keer of het wel klopte. Misschien had ik me vergist en stond ik daar met een heel ander biljet. Maar het was een blauw briefje, tien gulden.
Ik liep naar hem toe en ging bij het groepje staan. Een van de meisjes sprak over de meester van vorig jaar aan wie ze een hekel had. Ik luisterde mee. Toen er even niets gezegd werd, zocht ik het tientje in mijn broekzak. Dat ging niet soepel. Het briefje bleef steken. Het viel op, ze keken naar de broekzak waar mijn hand in was verdwenen.
‘Ik heb het geld bij me,’ zei ik, maar ik had het biljet nog steeds niet te pakken.
‘Mooi,’ zei hij en glimlachte.
De jongen die naast hem stond wilde net iets gaan zeggen toen ik het geld tevoorschijn haalde.
‘Zijn we nu vrienden?’ vroeg ik.
Hij nam het tientje aan.
‘Ja hoor.’
Ik begon snel een verhaal te vertellen, een grap. Hij luisterde en daarom luisterden de anderen ook. Op het eind lachte hij. Toen vroeg hij iets aan de jongen. Het had er niets mee te maken. Ik stond erbij, maar daar was alles mee gezegd. De bel ging. Het speelkwartier was voorbij.
Hij heeft niet lang in mijn klas gezeten. Hooguit een jaar, maar ik denk korter. Hij moest verhuizen omdat zijn vader een andere baan had. Ik heb hem nooit meer gezien. Ik weet niet meer hoe hij heet. Ik herinner me alleen zijn gezicht nog een beetje. En dat hij blond haar had. Al kan dat ook lichtbruin zijn geweest.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: