Skip to content

Kutgitaar #2: Willem Claassen

februari 22, 2012

DE OPLEIDING

Die zaterdag meldde ik me bij het postcentrum. Een jongen met strak achterover gekamd haar en een oorbel kwam naar me toe. Hij gaf me een hand.
‘Richard. Ik geef je vandaag en volgende week opleiding.’
Een opleiding. Daar had ik niet aan gedacht. Ik had verwacht dat ik gewoon een wijk kreeg toegewezen en dat ze me een stapel post zouden overhandigen.
Richard keek ernstig. Hij vroeg naar de maat van mijn trui.
‘Ben zo terug.’
Even later kwam hij aan gelopen met een jas en een trui in de kleuren van het postbedrijf.
‘Volgende week krijg je ook een broek.’
Richard schreef op een briefje een aantal straatnamen onder elkaar. Het duurde even. Hij hield de pen op een rare manier vast. Soms schoot hij uit.
‘Dit is de snelste route, in deze volgorde.’
Hij liet zijn vinger langs het papier glijden. Nog steeds die ernstige blik. Toen gaf hij het briefje aan mij.
‘Oké. Dan kunnen we beginnen.’
De bundels met post lagen op tafel. We stopten ze in twee fietstassen.
‘Beide kanten van de tas moeten even vol,’ zei Richard. ‘Anders val je bij de eerste bocht al om.’
Ik moest een volle fietstas over de bagagedrager leggen. Dat viel even tegen, maar Richard hielp mee. De andere tas legde hij in één beweging op zijn fiets.
‘Normaal gesproken moet je nog een keer terug naar het postcentrum voor de tweede tas,’ zei hij toen we wegreden.
Het was tien minuten fietsen naar mijn wijk. We stalden onze fietsen tegen een struik aan het begin van een smal straatje. ‘Kijk maar op het papier. Dit is de eerste straat.’
Ik keek naar het kriebelige handschrift en knikte.
‘En dit is een goede plek om je fiets neer te zetten,’ vervolgde hij.
Hij duwde een stapel post in mijn handen.
‘Blader regelmatig door de bundel om te zien of het allemaal voor dezelfde straat is. Het gebeurt wel eens dat er per ongeluk twee straten in een elastiek komen.’
Bij elke straat op de route hield hij stil bij het straatnaambordje en moest ik controleren of het klopte met het briefje. Natuurlijk klopte het.
Steeds vertelde hij dat de plek waar we onze fietsen plaatsten de beste was.
‘Zet je fiets altijd op slot. Ik vertrouw deze wijk niet.’
Op het moment dat ik met een stapel brieven onder mijn arm aan een straat begon, reed hij vooruit om de volgende straat te doen. Telkens was hij al terug als ik pas de helft had gedaan. Hij wachtte met zijn fiets bij mijn fiets.
‘Zorg dat je de post helemaal door de brievenbus duwt. Zodat de brieven niet nat kunnen worden of door iemand er uitgehaald kunnen worden. Je weet nooit.’
Elke keer als ik klaar was met mijn straat, reden we door de straat die hij had gedaan. Hij liet het me controleren op het lijstje.
‘Zie je?’ zei hij. ‘Straks moet je het alleen doen.’
Bij de laatste straat zweeg hij over het briefje. Hij wachtte tot ik het lijstje zelf tevoorschijn haalde. Ik wilde de laatste stapel post al pakken.
‘Je vergeet iets,’ zei hij.

Op de terugweg naar het postcentrum zette Richard er flink de vaart in. Ik kon hem niet bijhouden. Hij moest afremmen.
‘De tassen zijn leeg, dus het mag wel wat harder,’ zei hij toen we naast elkaar fietsten.
Aangekomen bij het postcentrum liet hij zich ontvallen dat het geen slechte wijk was om te lopen.
‘Je hebt niets te klagen.’
Hij haalde de tassen van onze fietsen en legde ze binnen.
‘Je kunt gaan.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: