Skip to content

Kutgitaar #2: Bessel

februari 19, 2012

XXVII

Lieve, ik zou kunnen leven zoals ouders overblijven.
“Is niet dolgelukkig een kaartenspel, met wat zich
tenminste nog gesteende sporen van geliefden wanen,” als chocolade paashazen,

goed bedoeld bestaan, “voorbij gaan.” Maar “liefste
wil ik het anders,” ik weet niet of het een verminken is.
Een glippen, een wachten. Ik weet alleen dat ik ‘s nachts
niet durf te slapen en lichten laat branden omdat
“de beer bij slecht weer jaagt,” en bij lawaai. Eén klap

als de goederentrein dendert, – het schudden toeslaat-
je kent het donker waarmee ik het monster dat woekert voed.
Eet het zwarte beest aan zichzelf dan ken ik jouw vloek,
onze pels is slechts een huid; doorgebeten.

Ik probeer mezelf in een zeehond te veranderen
zo ik naar je toe drijven kan.
Ik douche bijvoorbeeld heel lang.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: