Skip to content

Kutgitaar #2: Aafke Romeijn

februari 17, 2012

DELETED SCENES FROM KEETJE KWANT, THE NOVEL

Elke vrijdag mag ik theedrinken bij de directeur. De directeur heeft het altijd druk, maar voor mij maakt hij tijd. Om twaalf uur stipt word ik verwacht. Ik mag aan de andere kant van zijn bureau gaan zitten en moet mijn benen over elkaar slaan. Niet te snel – er moet wel iets te zien zijn. De directeur vouwt dan zijn handen achter zijn hoofd en leunt achterover. Als hij tevreden is kijkt hij tevreden, als hij niet tevreden is kijkt hij licht geërgerd of zelfs een beetje afkeurend. ‘Wat is er?’, vraag ik dan, en meestal schudt hij dan snel zijn hoofd. Soms buigt hij zich over zijn bureau en plukt aan de stof van mijn jurkje en bestudeert me dan weer van een afstandje, alsof hij fruit rangschikt op een schaal om er een foto van te maken. Uiteindelijk komt er altijd thee, in twee dampende mokken die voor ons op het bureau worden gezet. Ik mag er niet van drinken, maar dat is niet erg, ik hou toch niet zo van thee. Ik heb liever koffie. Normaal gesproken drinkt de directeur langzaam, slobberend, en kijkt ondertussen onafgebroken naar mij. Vandaag niet. Vandaag laat hij zijn mok staan en zegt: ‘Keetje, ik heb je advies nodig.’
Nog voor ik goed en wel gewend ben aan het idee dat ik zo dadelijk misschien iets mag gaan zeggen is de directeur al opgestaan en naar een ijzeren archiefkast aan de andere kant van de kamer gelopen. Als hij terugkomt houdt hij een plastic tas aan de hengsels voor zich. Het is me niet duidelijk wat zich in de tas bevindt, maar het ziet er zwaar uit. Als de directeur de tas op zijn bureau zet klinkt het alsof iemand op een waterbed neerploft. De tas blijft niet staan. Hij valt om en onmiddellijk drijft er een substantie uit die het midden houdt tussen oversized spaghetti bolognese en props uit een slechte alienfilm. De directeur gaat weer zitten. ‘Ik weet niet wat ik ermee moet’, zucht hij. Ik probeer mijn verbazing te verbergen. De directeur port even met zijn vinger in de smurrie, waarna hij zijn vochtige wijsvinger voor zijn neus houdt. ‘De schedel heb ik schoongekookt en met diamanten beplakt’, zegt hij, ‘dat schijnt geld op te leveren.’ Ik knik. ‘De arm- en beenspieren heb ik in zuur ingelegd, zoals mijn oma dat vroeger deed. De botten en pens heb ik gekookt en de hond gevoerd.’ Weer zucht hij. ‘Misschien moet ik mensen gewoon weer gaan ontslaan, zoals vroeger. Al dat restmateriaal, het is zo fucking onhandig…’ Even zwijg ik, dan doe ik langzaam mijn mond open. ‘Touwtje springen’, zeg ik, nog op bescheiden volume. De directeur fronst zijn wenkbrauwen. ‘Punniken’, zeg ik, ‘nee, vingerhaken. Flossen. Borduren. Vliegvissen.’ Ik haal adem, ik ben steeds luider gaan praten. ‘Of elastieken.’ Nu pas durf ik de directeur recht aan te kijken. Hij heeft zijn handen achter zijn hoofd gevouwen en leunt achterover. Ik heb hem nog nooit zo tevreden zien kijken.

One Comment leave one →
  1. Mette de Jonge permalink
    maart 31, 2012 5:11 pm

    Aafke! is het boek af? xm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: